Marija Dilber is hoofd van het coördinatieteam voor toezicht en monitoring van bosbeheer bij ŠGD “Hercegbosanske šume” d.o.o. Kupres, het staatsbedrijf dat de openbare bossen beheert in kanton 10. Ze begon in 2011 met het ondersteunen van FSC-certificering binnen het bedrijf en zag hoe bosbeheer zich ontwikkelde tot een nationale prioriteit, waarbij transparantie, veiligheid, internationale erkenning en nationale uniformiteit werden geïntroduceerd in een bosbouwsector die gekenmerkt werd door lokale fragmentatie en een ambigue perceptie.
FSC-boscertificering in Bosnië en Herzegovina kwam in 2006 op gang via een proefproject wat ondersteund werd door de Italiaanse regio Lombardije en de faculteiten bosbouw van de universiteiten van Sarajevo en Padua. Tegenwoordig is 100% van de staatsbossen en ongeveer 89% van alle bossen in Bosnië en Herzegovina FSC-gecertificeerd.
Vandaag de dag werkt ŠGD “Hercegbosanske šume” volledig in overeenstemming met de FSC-principes, en Marija is trots op de concrete voordelen en positieve effecten die dit heeft gehad voor het land en de betrokkenheid van de lokale gemeenschap. Zo wordt er nu strikt toegezien op het gebruik van beschermende uitrusting bij bosarbeid en is er een toename van de formele tewerkstelling bij aannemers in de regio. De switch van informele arbeid naar formele tewerkstelling is belangrijk, omdat werknemers hierdoor hun toegang tot sociale voorzieningen, zoals pensioenen, zien verbeteren.

Marija herinnert zich: “In het begin gebruikte niemand beschermende uitrusting. Een oudere werknemer werd verrassend boos toen beschermende uitrusting verplicht werd gesteld in het voorbereidingsproces voor FSC-certificering. Hij had echter geen andere keuze dan het dragen van een helm te accepteren om te kunnen blijven werken. Het gaat om hun veiligheid, ook al kost het altijd moeite om aan nieuwe regels te wennen. We hebben ook een paar gevallen van weerstand van aannemers meegemaakt.”
Naast de arbeidsomstandigheden heeft de FSC-certificering ook de transparantie en de participatie van belanghebbenden verbeterd. “Het is nu verplicht om de lokale bevolking te informeren over aanstaande bosbouwactiviteiten”, legt Marija uit, “en we ondersteunen de wettelijke en gebruiksrechten van lokale gemeenschappen volledig.”
Marija wijst erop dat het belang van FSC in het hele land toeneemt. Ze is optimistisch; “FSC wordt wereldwijd erkend. Het lijdt geen twijfel dat het belang ervan in onze regio zal blijven toenemen.” Als ze naar de toekomst kijkt, aarzelt ze niet: “Ik droom van een regio waar bossen natuurlijk blijven en vrij zijn van mijnen, en waar elke oogst wordt geleid door bewuste planning, want de toekomst van gezonde bossen begint bij het beheer ervan.”
