Deze financiering zal het onderzoek naar een efficiënter en verantwoordelijker gebruik van vezelgebaseerde materialen in Europa ondersteunen, waarbij wordt voortgebouwd op de geloofwaardigheid en de degelijkheid van het FSC-certificeringssysteem.
Het FSC EU LIFE FIBRA-project zal zich met name richten op de manier waarop FSC zijn bestaande oplossingen voor de circulaire economie kan versterken, op mogelijke circulaire bedrijfsmodellen (hergebruik, reparatie, terugname), op de mogelijke rol van landbouwafval in het FSC-systeem, en op de begeleiding van bedrijven en openbare inkopers bij het maken van verantwoorde materiaalkeuzes.
Op basis van de systemen, normen en missie van FSC wil het project de relevantie van het keurmerk waarborgen in een snel veranderende markt, waar de aandacht niet langer alleen uitgaat naar de herkomst van materialen, maar ook naar het gebruik ervan en het feit dat ze op lange termijn in omloop blijven. Dit alles ten dienste van onze bossen en van duurzamere economische modellen.
“Naarmate de manier waarop we materialen gebruiken verandert, verandert FSC mee”, aldus Subhra Bhattacharjee, algemeen directeur van FSC International. “Dit project zal onze rol in de markt van de toekomst bepalen, van de manier waarop materialen worden ingekocht tot de manier waarop ze in de loop van de tijd in omloop blijven.”
Een groeiende vraag naar vezels uit bossen vraagt om nieuwe manieren van denken
FSC zet zich al meer dan 30 jaar in voor het behoud van bossen. Met de introductie van het FSC Recycled-keurmerk 15 jaar geleden biedt FSC een directe oplossing voor gerecyclede vezels. Maar recycling en hernieuwbare vezels zijn niet langer voldoende. Gezien de groeiende vraag naar hernieuwbare materialen in Europa, richten fabrikanten zich steeds meer op vezels uit bossen als vervanging voor fossiele grondstoffen, in verpakkingen, de bouw, meubels en andere sectoren, om de CO₂-uitstoot te verminderen en de klimaatdoelstellingen te ondersteunen.
Alleen inzetten op onbewerkte bosvezels is echter op de lange termijn geen duurzame oplossing. De stijgende vraag naar materialen, de klimaatdruk op de bossen en de beperkte beschikbaarheid van hulpbronnen maken het noodzakelijk om de manier waarop vezels worden gewonnen, gebruikt en hergebruikt in de hele economie grondig te herzien.
Bovendien krijgen bedrijven te maken met steeds strengere wettelijke eisen in het kader van de Europese wetgeving inzake duurzaamheid, met name op het gebied van efficiënt gebruik van hulpbronnen, circulaire economie en traceerbaarheid. Met de bestaande systemen kunnen bedrijven de stromen van circulaire materialen nog niet volledig documenteren en controleren. FSC zou een sleutelrol kunnen spelen in deze transitie.
Daarom onderzoekt FSC al enkele jaren de mogelijkheden en voorwaarden voor een uitbreiding naar bredere circulaire principes: hergebruik, reparatie en optimalisatie van het materiaalgebruik. Dankzij het EU LIFE-programma kan FSC voortaan op brede en gestructureerde wijze oplossingen ontwikkelen.
Het FSC EU LIFE FIBRA-project
Het project zal worden uitgevoerd in acht Europese landen (Denemarken, Zweden, Finland, Duitsland, Oostenrijk, Nederland, Italië en Frankrijk) in samenwerking met partners uit het bedrijfsleven, de academische wereld en het maatschappelijk middenveld. Het richt zich op vier hoofdthema’s:
- Mogelijke circulaire bedrijfsmodellen,
- Het stimuleren van het gebruik van gerecycleerde materialen,
- De integratie van niet-bosgebonden biogebaseerde vezels,
- Onderzoek naar benaderingen voor de cascade-verwerking van vezels.
Het consortium bestaat uit FSC International, FSC Denemarken, FSC Zweden, FSC Finland, FSC Duitsland, FSC Nederland, FSC Italië, FSC Frankrijk, de Universiteit van Aarhus, de Universiteit van Zuid-Denemarken, Circle Economy, ECOS, de World Business Council for Sustainable Development en de Ellen MacArthur Foundation.
Het project zal instrumenten, handleidingen en controlemethoden ontwikkelen en testen om circulaire economische modellen in FSC te integreren, met name een rapportagemodule over de circulaire economie binnen de Chain of Custody-certificering, en zal zich inzetten voor de invoering van modellen voor reparatie, terugname en verhuur. Daarnaast zal het project instrumenten ontwikkelen om het gebruik van FSC-gerecyclede materialen te stimuleren, waaronder marktrichtlijnen en ondersteuning voor verantwoorde overheidsaankopen.
Het project zal bovendien de mogelijke integratie van alternatieve vezelbronnen, zoals landbouwafval, in gecertificeerde toeleveringsketens onderzoeken. De vraag naar deze alternatieve biogebaseerde vezels neemt toe, maar het ontbreken van geloofwaardige verificatie brengt risico's met zich mee op het gebied van transparantie en greenwashing. FSC zal verschillende benaderingen testen om hierop in te spelen, met behoud van zijn geloofwaardigheid en traceerbaarheidseisen.
Aangezien de huidige FSC-systemen zijn ontworpen voor lineaire toeleveringsketens, zal het project methodologieën en verificatie-instrumenten ontwikkelen om het gebruik van vezels over meerdere levenscycli te beoordelen, waarbij gebruik wordt gemaakt van digitale traceerbaarheid.
“Dankzij deze financiering kunnen we op grote schaal voortbouwen op het werk waarvoor we de afgelopen drie jaar de basis hebben gelegd”, aldus Loa Dalgaard Worm, hoofd van de FSC Circularity Hub. “Het is belangrijk dat we oplossingen ontwikkelen die zijn afgestemd op de behoeften van de markt en die daadwerkelijk impact hebben in de praktijk, zonder het FSC-concept opnieuw uit te vinden: ervoor zorgen dat de werkelijke waarde van bossen voor de natuur, de economie en de samenleving wordt erkend.”
Al deze resultaten zijn bedoeld om te worden geïntegreerd in het bestaande FSC-certificeringssysteem en om concrete en toekomstgerichte ondersteuning te bieden aan bedrijven die zich aanpassen aan de nieuwe eisen van de markt en de regelgeving.
Dit project wordt ondersteund door het EU LIFE-programma

Dit project wordt medegefinancierd door de Europese Unie. De standpunten en meningen die hierin worden weergegeven, zijn uitsluitend die van de auteurs en geven niet noodzakelijkerwijs de standpunten van de Europese Unie of de CINEA weer. Noch de Europese Unie, noch de financieringsinstantie kan hiervoor aansprakelijk worden gesteld.
